Conclusie
en negentig duizend vijfhonderd euro).
vijf en tachtig euro) per klokuur.
vijf en negentig euro) per klokuur.”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
voortijdigte beëindigen). Gelet op de aard van deze prestatie – het bieden van fase één van een pilotenopleiding – sluit deze uit dat zij ongedaan wordt gemaakt. Aldus treedt daarvoor een vergoeding in de plaats ten belope van haar waarde op het tijdstip van ontvangst (artikel 6:272 BW Pro).
regulierebegeleiding en afname van
reguliereexamens gedurende fase één daadwerkelijk aan [verweerder] zijn besteed en tegen welk uurtarief, alsmede hoeveel vlieguren [verweerder] gedurende deze fase één in een vliegtuig en in een simulator heeft gemaakt en tegen welk uurtarief. Voorts zijn ook de gemaakte kosten van huur van een vliegtuig alsmede gemaakte brandstofkosten van belang. Mogelijk zijn er ook nog andere kosten gemaakt. (…)”
van fase 1gemaakte kosten van overhead concreet en gespecificeerd weer te geven met aanvullende verklaring van de accountant van AIS. Daartoe heeft AIS een verklaring van haar accountant (productie 2 bij akte van 18 juni 2013 van AIS) overgelegd met een daarbij behorende bijlage 1. In deze bijlage zijn ter zake van [verweerder] gedurende 24 maanden opleidingsduur zeven kostenposten vermeld voor in totaal € 53.994,-. Het hof heeft evenwel in het tussenarrest van 19 februari 2013 als vaststaand feit onder 2.5 vermeld dat [verweerder] (tussen juli 2008 en januari 2010) gedurende ongeveer 20 maanden fase 1 heeft doorlopen, zodat het hof van die termijn uitgaat. Dit betekent in de eerste plaats dat AIS voor voormelde kostenposten vier maanden teveel heeft gerekend. Voorts is in deze bijlage, noch in de verklaring van de accountant vermeld hoeveel leerlingen in totaal gedurende voormelde 20 maanden door AIS worden onderwezen. Derhalve is het hof niet in staat om de door AIS opgegeven kosten van overhead van [verweerder] gedurende voormelde 20 maanden op juistheid te waarderen.
subonderdeel 1.1dat het hof heeft miskend dat hij derhalve op het moment van de ontbinding jegens AIS niet tot enige verdere prestatie was gerechtigd en dat omgekeerd AIS op dat moment de overeengekomen prestatie had uitgevoerd.
subonderdeel 1.2kan daarnaast de omstandigheid dat AIS bij brief van 25 januari 2010 aan [verweerder] heeft geschreven dat zij heeft besloten de opleiding voortijdig te beëindigen, derhalve niet, althans niet zonder meer, redengevend zijn voor het oordeel dat AIS haar verbintenis niet volledig heeft uitgevoerd en [verweerder] de overeengekomen prestatie in zoverre niet heeft ontvangen.
extradoor AIS gemaakte kosten, die op grond van de overeenkomst (zie hiervoor onder 2.17) apart dienen te worden betaald. Ook om die reden dient van de afwijzing door de rechtbank (incidenteel) te worden geappelleerd om in hoger beroep betaling van die kosten te bewerkstelligen. Onderdeel 3 faalt derhalve.