Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Eindhoven(hierna: de Inspecteur).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende had een lening van €44.000 verstrekt aan een derde en deze niet als bezit in box 3 opgegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting 2014. De Inspecteur corrigeerde dit en legde een aanslag op met een forfaitair rendement van 4% over de lening. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar ongegrond verklaarde.
Het Hof oordeelde dat de lening op de peildatum 1 januari 2014 tot de rendementsgrondslag van box 3 behoort en gewaardeerd moet worden op de waarde in het economische verkeer. De latere kwijtschelding van de lening in 2015 en de slechte financiële positie van de schuldenaar waren onvoldoende onderbouwd om de waarde op de peildatum lager te stellen dan de nominale waarde.
Verder werd geoordeeld dat het forfaitaire rendement van 4% niet in strijd is met het Eerste Protocol, noch dat sprake is van een individuele buitensporige last. De belastingdruk was relatief laag ten opzichte van het totale vermogen van belanghebbende. De klacht over privacy van het opvragen van bankafschriften werd niet inhoudelijk behandeld omdat dit de aanslag niet zou verminderen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag met forfaitair rendement van 4% over de lening wordt bevestigd.