Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Dijkteruglegging Brakel
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
BNB 2013/226 (https://www.navigator.nl/document/id4eab28ccfeb2406fb53828a5b9f102cf?h1=((Hoge%20Raad%202018-05-04%20ECLI%3ANL%3AHR%3A2018%3A672%20Hoge%20Raad%20Uitspraak%202018-05-04%20ECLI%3ANL%3APHR%3A2017%3A977%20Hoge%20Raad%20(Advocaat-Generaal)%20Conclusie%202017-09-25%20Hoge%20Raad))%2C((HOGE%20RAAD))%2C(8%3A42)%2C(2018.)&idp=LegalIntelligence), rechtsoverweging 3.3.1.3). ii) Een redelijke, met de hiervoor in 3.4.1 omschreven strekking van artikel 8:42, lid 1 (https://www.navigator.nl/document/openCitation/%20id5327487b537c7caf6ef969bdd6394c7c), Awb strokende, uitleg van die bepaling brengt mee dat de daarin opgenomen verplichting tot overlegging van stukken zich ook uitstrekt tot stukken die pas in de loop van het beroep of hoger beroep ter beschikking van de inspecteur zijn gekomen. Indien dergelijke stukken ter beschikking van de inspecteur komen na afloop van de in artikel 8:42 Awb Pro bedoelde termijn, dient hij deze alsnog onverwijld aan de rechter toe te zenden.
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, en
- verklaart het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond.