Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan de
gemeente Groningen(hierna: de heffingsambtenaar)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen tegen de rechtbankuitspraken die de WOZ-waarde van een groot kantoorgebouw in [A] voor de jaren 2012 en 2013 hebben verlaagd. De heffingsambtenaar had de waarde voor 2011 vastgesteld op €90.011.000 en voor 2012 op €96.629.000, maar de rechtbank stelde deze respectievelijk vast op €71.000.000 en €80.000.000.
Het hof bevestigt dat de waardepeildata en toestandsdata correct zijn vastgesteld en dat de waardebepaling moet geschieden volgens artikel 17 van Pro de Wet WOZ. De heffingsambtenaar voerde aan dat het pand incourant is en niet rendabel kan worden geëxploiteerd, mede omdat het gebouw in opdracht van de Staat is gebouwd met een sociaal-maatschappelijk doel en niet uitsluitend met winstoogmerk. Het hof acht dit aannemelijk en oordeelt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde zelfstandig moet worden bepaald.
Beide partijen konden hun waarderingen niet voldoende onderbouwen. De heffingsambtenaar kon de gehanteerde indexeringen en afschrijvingspercentages niet overtuigend aantonen, en ook de taxaties van belanghebbende waren onvoldoende controleerbaar. Daarom stelde het hof in goede justitie de gecorrigeerde vervangingswaarde vast op €80.000.000 voor 2011 en €90.000.000 voor 2012, waarbij partijen zich verenigden met de marktwaarde van respectievelijk €71.000.000 en €80.000.000. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraken vernietigd, met uitzondering van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: WOZ-waarde van het kantoorgebouw vastgesteld op €80 miljoen voor 2011 en €90 miljoen voor 2012, lager dan door de heffingsambtenaar vastgesteld.