Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[geïntimeerde sub 4],
[geïntimeerde sub 5],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft [appellante] na de vernietiging van haar faillietverklaring gevorderd dat de door haar gebruikte machines, voorraad en bedrijfsinventaris die door de curator waren verkocht, aan haar zouden worden teruggegeven. Het hof verwijst naar het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter die [appellante] niet-ontvankelijk verklaarde, maar vernietigt dit oordeel omdat het faillissement door de Hoge Raad definitief is vernietigd.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de curator na de vernietiging van het faillissement nog rechtsgeldig handelingen kon verrichten, zoals de verkoop van eigendommen van [appellante]. Het hof oordeelt dat de curatorshandelingen, verricht tussen de vernietiging van het faillissement en het moment dat deze vernietiging in kracht van gewijsde trad, rechtsgeldig en verbindend zijn gebleven vanwege het belang van rechtszekerheid en bescherming van schuldeisers.
Hoewel [appellante] ontvankelijk is in haar vordering, wijst het hof deze af omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij eigenaar is van de gevorderde zaken en omdat de curator de zaken rechtsgeldig heeft verkocht. De vordering wordt afgewezen en [appellante] wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot afgifte van voorraden en bedrijfsinventaris wordt afgewezen.