Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale administratie(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor het gebruik van zijn auto tijdens een geldende schorsing, met een verzuimboete van 100% van het nageheven bedrag. De rechtbank had de naheffingsaanslag gehandhaafd maar de boete gehalveerd wegens disproportionaliteit.
In hoger beroep bevestigt het hof dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat het gebruik van de weg tijdens schorsing onbetwist is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de vermeende mededelingen van een PostNL-medewerker en een RDW-ambtenaar niet aannemelijk zijn en deze personen de Inspecteur niet kunnen binden.
Het hof benadrukt de wetshistorie waaruit blijkt dat de wetgever een boete van 100% als uitgangspunt heeft gesteld bij gebruik van een voertuig tijdens schorsing. Het hof ziet geen reden om de boete te matigen en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond, terwijl het beroep van de Inspecteur tegen de boetevermindering gegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag en wijst het beroep tegen de verzuimboete van 100% af.