ECLI:NL:GHAMS:2024:3259
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt schending zorgplicht Rabobank bij verplicht stellen renteswap
In deze civiele procedure vordert appellant dat Rabobank wordt veroordeeld wegens schending van haar zorgplicht bij het verplicht stellen van een renteswap als onderdeel van een financiering. De zaak betreft een financiering uit 2008 waarbij een renteswap verplicht werd gesteld om het renterisico af te dekken. Appellant stelt dat Rabobank onvoldoende heeft geïnformeerd over de risico’s en kosten, waaronder verborgen provisies en renteopslagverhogingen.
Het hof overweegt dat Rabobank als professionele dienstverlener een bijzondere zorgplicht heeft jegens een niet-professionele belegger zoals appellant. Hoewel Rabobank informatie over de renteswap heeft verstrekt, gebeurde dit pas na het aangaan van de renteswap, waardoor appellant niet tijdig geïnformeerd was. Het hof oordeelt dat Rabobank had moeten waarschuwen voor het risico van negatieve waarde bij tussentijdige beëindiging van de renteswap.
De vorderingen tot betaling van provisies, te veel betaalde rente en renteopslagverhogingen worden afgewezen, omdat appellant onvoldoende feiten heeft gesteld en geen aannemelijke alternatieve financieringsopties heeft onderbouwd. Wel wordt Rabobank veroordeeld tot vergoeding van de kosten van een financieel deskundige die appellant heeft ingeschakeld. De overige vorderingen, waaronder ontbinding en schadevergoeding, worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Rabobank schendt zorgplicht bij verplicht stellen renteswap en moet kosten financieel deskundige vergoeden, overige vorderingen worden afgewezen.