Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.De prejudiciële procedure
3.Beantwoording van de prejudiciële vragen
Inleiding
notional’) wat betreft omvang en looptijd is afgestemd op de hoofdsom van die lening, betaalt hij onder de lening en de swap gezamenlijk per saldo de vaste rente en de opslag.
mismatch’), en dat bij tussentijdse beëindiging van de swap – bijvoorbeeld bij aflossing van de lening – de marktwaarde daarvan moest worden afgerekend. Deze afrekening van de marktwaarde kon betekenen dat de cliënt een aanzienlijk bedrag aan de bank moest betalen. Bovendien kon deze mogelijke betalingsverplichting al tijdens de looptijd van de renteswap negatieve gevolgen hebben voor de cliënt, bijvoorbeeld in de vorm van beperking van kredietruimte.
Cap with Knock-in-Floor’ (zie hierna onder (vi) en (vii)), met ABN AMRO overeengekomen.
cancellablerenteswap af te sluiten. In haar advies schreef de bank onder meer:
Cap with Knock-in-Floor. Met dit rentederivaat zou [B] ( [eiseres 2] ) nooit meer dan de vaste rente betalen (de ‘
Cap’). Binnen de bandbreedte betaalde [eiseres 2] de werkelijke Euribor-rente (met opslag). Op het moment dat de rente onder de ondergrens zou dalen, zou [eiseres 2] weer de overeengekomen vaste rente verschuldigd zijn.
Cap with Knock-in-Floorheeft eind oktober 2008 een telefoongesprek plaatsgevonden tussen de controller van [B] en een treasury adviseur van ABN AMRO. Het transcript van dit gesprek vermeldt:
Cap with Knock-in-Floorheeft [eiseres 2] op verzoek van de bank een “Cliëntenprofiel Treasury” en een formulier “Intake Treasury” ingevuld en ondertekend, waarin onder meer het volgende is opgenomen:
Cap with Knock-in-Flooris geëindigd op de overeengekomen einddatum van 1 juli 2016.
Cap with Knock-in-Floorwas nog niet geëindigd.
(b) Zo nee, hoe verhoudt zich dat tot de jurisprudentie als ontwikkeld in HR 19 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9559 ( […] / […] ), rov. 3.4 en HR 4 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH7854 ( […] / […] ), r.o. 3.4.2?
(c) Zo ja, (i) hoe kan in een dergelijke situatie worden beoordeeld of aan het vereiste is voldaan dat de betrokkene de overeenkomst niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten, als de dwaling niet had plaatsgehad (zie wederom HR 4 september 2009 ( […] / […] ), rov. 3.4.2) en (ii) hoe verhoudt zich dat tot het bepaalde in artikel 6:230 BW Pro dat aan de wederpartij de mogelijkheid biedt om een vernietiging te voorkomen door een wijziging van de gevolgen van de overeenkomst voor te stellen die het nadeel opheft dat de tot vernietiging bevoegde bij instandhouding van de overeenkomst lijdt?
4.Beslissing
28 juni 2019.