Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Aanwezigheid
De rechtbank raadt u daarom aan naar de zitting te gaan.”
Proceskostenvergoeding
3.Geschil in hoger beroep
4. Het oordeel van de rechtbank
voetnoot 1: Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Hoge Raad van 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012: BV0655.]
voetnoot 2: Zie de uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4520, 6 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3244 en 28 juni 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:5474.] In deze uitspraken speelde de situatie waarbij niet van tevoren bekend was dat de zitting niet nodig was, maar ter plekke bleek dat de zitting niet doorging omdat de officier van justitie zich niet had voorbereid dan wel was toegezegd dat met de behandeling van de zaak op zitting zou worden gewacht totdat de gemachtigde aanwezig zou zijn, hetgeen niet gebeurde. De rechtbank is van oordeel dat deze uitspraken niet van toepassing zijn op onderhavige situatie. De omstandigheden verschillen namelijk van de situatie in de onderhavige procedure. De gemachtigde van eiser was in dit geval vóór de zitting op de hoogte van de vernietiging van de naheffingsaanslag. Nu niet is gebleken dat eiser nog een (ander) belang had bij de beoordeling van zijn beroep, was het voor de gemachtigde van eiser niet meer nodig om op de zitting te verschijnen. Verder heeft de gemachtigde van eiser twee zaken van het Gerechtshof Amsterdam genoemd. [
voetnoot 3: Zie de uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1259 en 7 december 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3802.] De rechtbank overweegt dat in deze uitspraken nog een inhoudelijk geschil was over de wegingsfactor van de proceskostenvergoeding en de gemachtigde dit ter zitting wilde toelichten. Er is ook hier geen sprake van gelijke gevallen. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de proceskosten voor het verschijnen op de zitting niet hoeft te vergoeden.
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
6.Kosten
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.