Yin Yang c.s., exploitanten van een ontmoetingscentrum in de relaxbranche, voerden sinds 1994 hun onderneming en hadden een bankrelatie met ING Bank. Na een politie-inval in 2016 waarbij drugs, wapens en contant geld werden aangetroffen, beëindigde ING Bank de bankrelatie vanwege vermoedens van witwassen en integriteitsrisico's.
Yin Yang c.s. spanden meerdere kort gedingen aan om voortzetting van de bankrelatie en de overeenkomst 'verpakt afstorten' af te dwingen. Het hof oordeelde dat ING Bank de contractsvrijheid heeft, maar onder bijzondere omstandigheden een zorgplicht rust om een betaalrekening te faciliteren. Het hof achtte het onredelijk om Yin Yang c.s. geheel de toegang tot het girale betalingsverkeer te ontzeggen.
Hoewel ING Bank niet verplicht is faciliteiten te bieden voor het storten van contant geld vanwege het witwasrisico, moet zij Yin Yang c.s. wel in staat stellen een betaalrekening aan te houden. Dit oordeel is gebaseerd op de maatschappelijke functie van banken en het belang van ondernemingen om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. De eerdere verdenkingen tegen Yin Yang c.s. zijn geseponeerd en de onderneming heeft maatregelen getroffen om risico's te beperken.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis en veroordeelde ING Bank tot het toestaan van een betaalrekening, zonder contante stortingsfaciliteiten, en verklaarde deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten werden gecompenseerd.