ECLI:NL:GHAMS:2018:301

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 januari 2018
Publicatiedatum
31 januari 2018
Zaaknummer
200.200.989/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 392 lid 2 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking inzake procedurele verzuim in hoger beroep civiele zaak tussen Ameco en geïntimeerde

In deze civiele procedure tussen Ameco en geïntimeerde heeft het hof vastgesteld dat het verzuimd heeft partijen conform artikel 392 lid 2 Rv Pro in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het voornemen om een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad te stellen en over de inhoud daarvan.

Om dit verzuim te herstellen, stelt het hof partijen alsnog in de gelegenheid om op de roldatum van 27 februari 2018 een akte in te dienen en op elkaars akte te reageren op 27 maart 2018. Het hof verzoekt de Hoge Raad de verdere behandeling van de vraag aan te houden totdat het hof een nadere beschikking heeft gegeven en daarvan afschrift aan de Hoge Raad heeft gezonden.

De beschikking is uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 januari 2018 en betreft een tussenbeschikking die het verdere verloop van het geding in hoger beroep regelt. Alle verdere beslissingen worden aangehouden totdat de procedure is afgerond.

Uitkomst: Het hof herstelt het procedureel verzuim door partijen alsnog gelegenheid te geven zich uit te laten en houdt de verdere behandeling aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.200.989/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 5082902 EA VERZ 16-552
en 5082998 EA VERZ 16-553
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 januari 2018
inzake
AMSTERDAM MEAT COMPANY AMECO B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in principaal appel, tevens verweerster in incidenteel appel,
advocaat: mr. C.I.M. Molenaar te Volendam,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal appel, tevens appellant in incidenteel appel,
advocaat: mr. S. Karakaya-Pilavci te Leusden.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Ameco en [geïntimeerde] genoemd.
Bij beschikking van 16 januari 2108 heeft het hof een aantal prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd, als verwoord in rechtsoverweging 3.8.5 en nader toegelicht in de rechtsoverwegingen 3.8.1 tot en met 3.8.4 van die beschikking.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Het hof stelt vast dat het daarbij verzuimd heeft om op de voet van artikel 392 lid 2 Rv Pro partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het voornemen om een vraag te stellen alsmede over de inhoud van de stellen vraag.
2.2.
Teneinde dit verzuim te herstellen, zal het hof partijen alsnog - op de hierna te bepalen wijze - in de gelegenheid stellen zich hieromtrent uit te laten.
2.3.
Het hof zal de Hoge Raad verzoeken de verdere behandeling van de vraagstelling aan te houden totdat het hof na kennisneming van hetgeen partijen naar voren zullen hebben gebracht een nadere beschikking zal hebben uitgesproken en de griffier een afschrift daarvan aan de Hoge Raad zal hebben gezonden.

3.Beslissing

stelt partijen in de gelegenheid zich uit te laten over hetgeen is verwoord in de rechtsoverwegingen 3.8.1 tot en met 3.8.5 van de beschikking van dit hof van 16 januari 2018;
verwijst de zaak daartoe naar de roldatum van 27 februari 2018 voor het nemen van een akte door beide partijen en bepaalt dat partijen vervolgens op elkaars akte kunnen reageren op de roldatum van 27 maart 2018;
verzoekt de Hoge Raad de verdere behandeling aan te houden totdat het hof na kennisneming van hetgeen partijen naar voren zullen hebben gebracht een nadere beschikking zal hebben uitgesproken en de griffier een afschrift daarvan aan de Hoge Raad zal hebben gezonden;
verzoekt de griffier een afschrift van deze beschikking te sturen aan de griffier van de Hoge Raad (civiele griffie);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.J.F. Thiessen, C.M. Aarts en I.A. Haanappel-van der Burg en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2018.