ECLI:NL:GHAMS:2019:12
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbetaling na ontslag op staande voet en ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak is de werknemer op 25 maart 2016 op staande voet ontslagen door Ameco. De werknemer vorderde vernietiging van het ontslag, wedertewerkstelling en doorbetaling van loon over de periode tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op 1 september 2016, alsmede een billijke vergoeding en transitievergoeding. De kantonrechter vernietigde het ontslag en ontbond de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2016, waarbij Ameco werd veroordeeld tot betaling van loon en transitievergoeding.
Ameco ging in hoger beroep tegen deze beschikking, terwijl de werknemer incidenteel beroep instelde. Het hof oordeelde in een eerdere beschikking dat het ontslag terecht was en de arbeidsovereenkomst terecht was ontbonden. Tevens stelde het hof dat de werknemer geen billijke vergoeding toekomt en dat de transitievergoeding door de werknemer moet worden terugbetaald. Het hof stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de loonbetaling in de periode tussen ontslag en ontbinding, maar de Hoge Raad zag af van beantwoording.
Het hof nam de uitspraak van de Hoge Raad als leidraad en overwoog dat de oorzaak van het niet verrichten van arbeid in de periode tussen het rechtsgeldige ontslag en ontbinding niet voor rekening van Ameco komt. De werknemer voerde omstandigheden aan die hiervan zouden moeten afwijken, maar het hof verwierp dit. De loonvordering van de werknemer werd afgewezen. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover het loon en transitievergoeding betreft, wees deze verzoeken af en veroordeelde de werknemer tot terugbetaling van het reeds betaalde loon en de netto transitievergoeding van €5.937,25. Tevens werd de werknemer veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot betaling van loon en transitievergoeding af en veroordeelt de werknemer tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen.