Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beoordeling van het geschil
Kamerstukken II1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 149) :
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €50,80 opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam. Na afwijzing van het bezwaar door de heffingsambtenaar verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep.
Het geschil betrof of de hoorplicht was geschonden doordat belanghebbende niet was gehoord en of de heffingsambtenaar verplicht was het integrale dossier toe te zenden. Het hof stelde vast dat belanghebbende correct per brief en fax was uitgenodigd voor een hoorzitting, maar zonder bericht niet verscheen. De heffingsambtenaar hoefde belanghebbende niet opnieuw uit te nodigen.
Verder oordeelde het hof dat de Awb enkel een inzagerecht kent in de bezwaarfase en geen toezendverplichting van het dossier. Belanghebbende had de stukken kunnen inzien, maar had daarvan geen gebruik gemaakt. De stelling dat toezending verplicht was, werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.