ECLI:NL:GHAMS:2017:3772
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonheffingen en boete wegens privégebruik bestelauto zonder grove schuld
Belanghebbende B.V. kreeg een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd over 2012-2014 wegens privégebruik van een bestelauto, inclusief een vergrijpboete van 40% wegens grove schuld. De rechtbank stelde vast dat de auto aan de directeur-grootaandeelhouder (dga) ter beschikking stond en dat niet overtuigend was aangetoond dat het privégebruik beperkt bleef tot 500 kilometer per jaar. De boete werd verminderd tot 25%.
In hoger beroep bevestigde het Hof dat de auto aan de dga ter beschikking stond en dat het vermoeden van privégebruik geldt. Belanghebbende kon niet overtuigend aantonen dat het privégebruik binnen de 500 kilometer bleef, mede omdat de rittenadministratie achteraf was opgesteld en niet volledig was. De regeling voor doorlopend afwisselend gebruik was niet van toepassing, omdat de auto feitelijk aan één hoofdbestuurder ter beschikking stond.
Het Hof oordeelde echter dat de boete wegens grove schuld onterecht was opgelegd, omdat belanghebbende oprecht meende dat de autokostenregeling niet van toepassing was. Slordigheid in het niet volledig verdiepen in de regeling was onvoldoende voor grove schuld. De boetebeschikking werd vernietigd, terwijl de naheffingsaanslag werd gehandhaafd. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag voor privégebruik bestelauto wordt bevestigd, maar de boetebeschikking wegens grove schuld wordt vernietigd.