ECLI:NL:GHAMS:2012:BW7939
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging exitheffing bij zetelverplaatsing ondanks beroep op vrijheid van vestiging en uitstel van betaling
Belanghebbende, een vennootschap die haar feitelijke zetel verplaatste van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk, werd geconfronteerd met een exitheffing over een koerswinst op een GBP-vordering. De inspecteur legde aanslagen vennootschapsbelasting op, die belanghebbende betwistte. Centrale geschilpunten waren de fiscale gevolgen van de boekjaarwijziging, de toepassing van het leerstuk fraus legis, de rechtmatigheid van de exitheffing in het licht van het belastingverdrag met het VK en het Europese recht, en de mogelijkheid van uitstel van betaling inclusief het stellen van een bankgarantie.
Het Hof oordeelde dat de boekjaarwijziging van 15 december 2000 met toepassing van fraus legis genegeerd moet worden omdat deze hoofdzakelijk was ingegeven door antifiscale motieven om de toepassing van artikel 16 Wet Pro IB (exitheffing) te ontlopen. Hierdoor was belanghebbende vanaf 1 april 2000 opnieuw zelfstandig belastingplichtig en viel de koerswinst binnen de Nederlandse heffing.
Verder concludeerde het Hof dat de exitheffing niet in strijd is met het belastingverdrag met het VK of met het Europese recht, waaronder artikel 49 VWEU Pro. De zetelverplaatsing werd als een reële economische activiteit beoordeeld, en de exitheffing werd als gerechtvaardigde beperking van de vrijheid van vestiging gezien. Ten aanzien van de invordering oordeelde het Hof dat uitstel van betaling met voorwaarden zoals een bankgarantie mogelijk is op grond van de Invorderingswet 1990 en het Besluit van 14 december 2011, en dat dit niet leidt tot vernietiging van de aanslag.
Uiteindelijk bevestigde het Hof de uitspraak van de rechtbank dat de exitheffing rechtmatig is opgelegd en dat de aanslag in stand blijft. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de exitheffing en oordeelt dat de aanslag rechtsgeldig is opgelegd, waarbij uitstel van betaling met bankgarantie mogelijk is.