ECLI:NL:HR:2008:BB5195
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over winstdrainage en lijfrentevoorziening in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1999 tot en met 2001 aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar door de Inspecteur werden gehandhaafd. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraken van de Inspecteur en verminderde de aanslagen. Belanghebbende had de koopprijs van aandelen omgezet in een geldlening die later werd omgezet in een lijfrenteverplichting. De dotaties aan deze lijfrentevoorziening werden door de Inspecteur niet als aftrekbaar erkend.
Het hof oordeelde dat de rente op de geldlening niet aftrekbaar was op grond van artikel 10a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, omdat de lening verband hield met de verwerving van aandelen zonder wijziging in het uiteindelijke belang. Tevens verwierp het hof het beroep op de tegenbewijsregeling omdat de verkoop van aandelen niet in het belang van de onderneming was gebeurd, maar privé-overwegingen van de aandeelhouder betrof.
De Hoge Raad stelde vast dat de lijfrenteverplichting niet onder het begrip geldlening in artikel 10a, lid 2, valt en dat het hof onvoldoende had onderzocht of de omzetting van de lening in een lijfrenteverplichting was bedoeld om toepassing van artikel 10a te vermijden. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, behalve voor de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof met inachtneming van haar arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.