ECLI:NL:GHAMS:2012:BV7134
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van belastingheffing bij zetelverplaatsing en vrijwaringsvoorziening in vennootschapsbelasting
Belanghebbende verkocht in 1998 haar deelneming in [A1 BV] aan [B BV], waarbij garanties en een vrijwaringsbeding werden overeengekomen. Later stelde [B BV] belanghebbende aansprakelijk op grond van dit vrijwaringsbeding. Belanghebbende wilde een voorziening vormen ten laste van haar fiscale winst, wat door de inspecteur werd geweigerd. De rechtbank en het hof oordeelden dat een dergelijke voorziening niet aftrekbaar is omdat het een negatief voordeel uit hoofde van de deelneming betreft en onder de deelnemingsvrijstelling valt.
Daarnaast verplaatste belanghebbende haar zetel in 2000 naar Malta en vervolgens naar de Nederlandse Antillen. Dit leidde tot discussie over de toepassing van de eindafrekening in de vennootschapsbelasting. Het hof bevestigde dat bij zetelverplaatsing een partiële eindafrekening is toegestaan, ook al blijft belanghebbende een onroerend goed in Nederland aanhouden. Dit oordeel is gebaseerd op de ratio van artikel 16 Wet Pro IB 1964 en de toepasselijke verdragsbepalingen.
Het hof verwierp ook het beroep op het EG-Verdrag omdat Malta in het jaar van zetelverplaatsing nog geen lidstaat was en de vrijheid van kapitaalverkeer niet van toepassing is op zetelverplaatsingen. De uitspraak bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de voorziening niet aftrekbaar is en dat bij zetelverplaatsing een partiële eindafrekening is toegestaan.