ECLI:NL:HR:2012:BV0641
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eindheffing stille reserves bij zetelverplaatsing vennootschap naar Nederlandse Antillen
Belanghebbende, een vennootschap die in 2001 haar feitelijke leiding verplaatste naar de Nederlandse Antillen, werd geconfronteerd met een aanslag vennootschapsbelasting over stille reserves in haar effectenportefeuille. Na bezwaar en diverse rechtsgangen, waaronder een uitspraak van de Rechtbank Arnhem en het Gerechtshof Arnhem, werd de aanslag verminderd maar gehandhaafd.
De kern van het geschil betrof de vraag of de eindheffing over stille reserves bij de zetelverplaatsing in strijd was met artikel 56 van Pro het EG-Verdrag, dat het vrije kapitaalverkeer beschermt. Het Hof oordeelde dat de heffing niet in strijd was met het EG-Verdrag, mede door toepassing van artikel 57 EG Pro, de zogenaamde standstill-bepaling.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat de wettelijke regeling van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (tekst 2001) op de voornaamste punten identiek is aan de regeling die op 31 december 1993 gold. Hierdoor valt de heffing onder de standstill-bepaling en vormt deze geen verboden beperking van het kapitaalverkeer.
Het incidentele beroep van de Staatssecretaris van Financiën werd niet behandeld omdat de voorwaarde voor behandeling niet was vervuld. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de eindheffing over stille reserves bij zetelverplaatsing.