ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9496
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.H. de Bock
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugbetalingsvordering geldlening en verwerping verjaringsverweer
In deze civiele procedure vordert de Gemeente Den Helder betaling van een openstaande geldlening van €3.343,25, bestaande uit hoofdsom, rente en incassokosten. Appellant had in de jaren tachtig meerdere leningen ontvangen van een stichting waarvan de Gemeente inmiddels rechtsopvolger is. Na beëindiging van de studie werd appellant verzocht terug te betalen, wat hij vanaf 1991 deels is gaan doen.
Appellant betoogde in hoger beroep dat de vordering was verjaard omdat de verjaring niet rechtsgeldig was gestuit en dat aflossingen slechts een natuurlijke verbintenis betroffen. Het hof oordeelde dat erkenning van de schuld door betaling de verjaring rechtsgeldig heeft gestuit conform artikel 3:318 BW Pro en het oude artikel 2019 BW Pro. Ook de gevorderde incassokosten werden als redelijk beoordeeld gezien de langdurige correspondentie en betalingsregelingen.
De grieven van appellant faalden derhalve. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep. De beslissing bevestigt dat gedeeltelijke aflossing en erkenning van schuld een effectieve stuiting van verjaring vormen, waardoor de vordering nog steeds opeisbaar is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van de lening, rente en incassokosten, waarbij het verjaringsverweer wordt verworpen.