ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9619
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van valutawijzigingen lening en vergrijpboete in vennootschapsbelasting 2002
Het geschil betreft de tijdigheid van de aanslag vennootschapsbelasting 2002, de correctheid van de door de inspecteur aangebrachte correctie op het valutaresultaat van een lening aan de moedermaatschappij en de rechtmatigheid van een opgelegde vergrijpboete.
Het Hof stelt vast dat uitstel voor het doen van aangifte aan belanghebbende is verleend, waardoor de aanslag binnen de verlengde termijn is opgelegd. De lening aan de moedermaatschappij luidde aanvankelijk in USD, werd volgens belanghebbende per 1 januari 2001 omgezet in EUR en per 1 januari 2002 weer in USD. De inspecteur betwist dit en stelt dat de omzettingen pas later schriftelijk zijn vastgelegd en in de administratie verwerkt.
Het Hof concludeert op grond van het bewijsvermoeden dat de lening niet eerder dan 21 maart 2002 in EUR en niet eerder dan 1 oktober 2002 weer in USD is omgezet. De verklaringen van directieleden en de goedgekeurde jaarrekeningen leveren onvoldoende tegenbewijs. De correctie van het valutaresultaat door de inspecteur wordt bevestigd en het belastbaar bedrag wordt vastgesteld op €4.478.033.
Ten aanzien van de boete oordeelt het Hof dat belanghebbende willens en wetens een onjuiste aangifte heeft gedaan door de tweede valutawijziging met terugwerkende kracht in de administratie te verwerken. De boete wordt daarom vastgesteld op 40% van de enkelvoudige belasting. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, behalve voor de proceskosten, en het Hof beslist conform het hierboven vermelde.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 2002 is tijdig opgelegd, het belastbaar bedrag wordt vastgesteld op €4.478.033 en de vergrijpboete wordt verminderd tot 40%.