ECLI:NL:HR:1997:AA2092
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging aanslag inkomstenbelasting wegens niet tijdig kenbaar gemaakt uitstel
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar deels werd gehandhaafd. Het Hof vernietigde de aanslag omdat de inspecteur de aanslag niet tijdig had opgelegd. De kern van het geschil was of de aanslag binnen de wettelijke termijn was opgelegd, waarbij de termijn verlengd kan worden met de duur van een verleend uitstel voor het doen van aangifte.
Belanghebbende had uitstel gevraagd tot najaar 1990, en de inspecteur had intern genoteerd dat uitstel was verleend tot 1 december 1990, maar dit was niet kenbaar gemaakt aan belanghebbende. Het Hof oordeelde dat een uitstel alleen verlenging van de aanslagtermijn oplevert als het uitstel aan de belastingplichtige kenbaar is gemaakt. Omdat dit niet het geval was, was de aanslag te laat opgelegd en moest deze worden vernietigd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën. De Hoge Raad benadrukte dat het voor de belastingplichtige duidelijk moet zijn dat en voor welke periode uitstel is verleend, en dat stilzwijgend uitstel zonder mededeling onvoldoende is. De proceskosten werden aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aanslag inkomstenbelasting vernietigd blijft wegens niet tijdige oplegging.