ECLI:NL:GHAMS:2010:BM1894
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Heretikettering van de ondergrond van een bedrijfswoning tot ondernemingsvermogen toegestaan wegens gewijzigde jurisprudentie en beginselen van behoorlijk bestuur
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat hij de bij zijn woning behorende ondergrond in afwijking van zijn eerdere keuze alsnog tot zijn ondernemingsvermogen mocht rekenen. Dit beroep steunde hij op gewijzigde jurisprudentie, met name de arresten van de Hoge Raad van 7 mei 2004, die een koerswijziging betekenden ten aanzien van de landbouwvrijstelling voor eerste agrarische bedrijfswoningen.
De inspecteur stelde dat de aanslagen over latere jaren onherroepelijk vaststonden en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om de keuze te herzien. De rechtbank had dit standpunt gevolgd en het beroep afgewezen. Het Hof kwam echter tot een andere beoordeling en oordeelde dat de gewijzigde jurisprudentie en de opstelling van de Belastingdienst bijzondere omstandigheden vormden die heretikettering rechtvaardigen.
Het Hof motiveerde dat de onduidelijkheid over de toepassing van de landbouwvrijstelling en het beleid van de Belastingdienst ertoe leidden dat belanghebbende redelijkerwijs mocht vertrouwen op herziening. Ook het gelijkheidsbeginsel speelde een rol, aangezien andere agrariërs onder gelijke omstandigheden wel konden heretiketteren.
Daarom vernietigde het Hof de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat de aanslag moest worden verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 196.215. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het onderzoek heropend voor een nadere beslissing over schadevergoeding.
Uitkomst: Belanghebbende mag de ondergrond van de bedrijfswoning alsnog tot het ondernemingsvermogen rekenen en de aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 196.215.