ECLI:NL:HR:1997:AA3274
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing over bestemmingswijzigingswinst bij verkoop landbouwgrond met bedrijfswoning
Belanghebbende, die samen met zijn zoon een melkveehouderijbedrijf exploiteert, verkocht in 1990 een perceel landbouwgrond met daarop een in 1989 gebouwde tweede bedrijfswoning aan zijn dochter en haar echtgenoot. De woning werd tot het privévermogen gerekend, terwijl de grond tot het buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen behoorde. De Inspecteur legde een aanslag op waarbij een boekwinst werd belast die verband hield met de bestemmingswijziging van de grond.
Het Gerechtshof bevestigde dat de verkoop van het perceel een bestemmingswijziging inhoudt, omdat de grond niet langer voor agrarische doeleinden werd gebruikt maar voor privégebruik. Hierdoor is de landbouwvrijstelling niet van toepassing op de winst die voortvloeit uit deze wijziging. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het perceel door de bouw van de tweede bedrijfswoning feitelijk was onttrokken aan het landbouwgebruik en dat de winst uit de verkoop als bestemmingswijzigingswinst belastbaar is. Het Hof heeft geen onjuiste rechtsopvatting gegeven en de feitelijke waarderingen zijn in cassatie niet toetsbaar. Ook het verweer dat de waardestijging niet aan de verkoop mocht worden toegerekend, faalde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde belanghebbende niet in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de winst uit de verkoop van het bouwperceel belastbaar is als bestemmingswijzigingswinst.