ECLI:NL:HR:1996:AA1977
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over waardeverandering landbouwgrond na staking onderneming
Belanghebbende exploiteerde sinds 1949 een melkveebedrijf en verkocht in 1985 zijn melkquotum, waarna hij alleen jongvee hield en hooi verkocht. Voor het jaar 1989 stelde hij dat hij zijn onderneming had gestaakt. De Inspecteur legde een aanslag op inkomstenbelasting op, deels naar bijzonder tarief, die na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd bevestigd.
De kern van het geschil betrof de waardeverandering van een bouwperceel dat deel uitmaakte van het ondernemingsvermogen. De Inspecteur stelde dat de waardestijging verband hield met het feit dat de grond voortaan buiten het landbouwbedrijf zou worden gebruikt, waardoor deze waardeverandering belastbaar was volgens artikel 8, lid 1, letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof oordeelde dat de woning op het perceel, ondanks staking van het bedrijf, niet van bestemming veranderde en dat de waardestijging van de woninggrond niet belastbaar was, maar dat de waardestijging van de overige opstallen wel belastbaar was. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de waardeverandering van de woninggrond tot de belastbare winst rekende en dat het oordeel over de meerwaarde onvoldoende gemotiveerd was. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De Hoge Raad besloot tevens dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht en de proceskosten in cassatie aan belanghebbende moet vergoeden. Het arrest werd op 8 juli 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling.