ECLI:NL:GHAMS:2007:BB0037
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor oplichting, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte en witwassen
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor meerdere strafbare feiten waaronder oplichting, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, overtreding van de Wet toezicht kredietwezen 1992 en medeplegen van witwassen. Hij had een piramidestructuur opgezet waarbij hij met hoge rendementen beleggers aantrok, maar vanaf 2003 geen daadwerkelijke beleggingen meer deed en nieuwe gelden gebruikte om oude verplichtingen te voldoen.
Het hof oordeelde dat verdachte bewust misleiding toepaste door het gebruik van valse documenten en het verzwijgen van de ware financiële situatie, waardoor vele personen werden bewogen grote geldbedragen aan hem uit te lenen. Verdachte gaf wisselende en tegenstrijdige verklaringen over de herkomst van grote contante bedragen, die vermoedelijk uit criminele bronnen afkomstig waren.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van vijf jaar op, welke het hof bevestigde gezien de ernst van de feiten, het misbruik van vertrouwen, de omvang van de fraude en de maatschappelijke positie van verdachte. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat de curator in het faillissement de belangen behartigt. Het hof gelastte tevens teruggave van inbeslaggenomen sieraden en geld aan de curator.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor oplichting, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, overtreding kredietwet en medeplegen van witwassen.