Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als Skischool Associate, ontving een toeslag voor storingsdiensten die vanaf april 2020 door coronamaatregelen wegvielen. Het UWV stelde het dagloon voor zijn WIA-uitkering vast op € 97,80, gebaseerd op het loon in de referteperiode van 1 oktober 2019 tot 30 september 2020. Appellant stelde dat het wegvallen van de toeslag als onbetaald verlof moest worden aangemerkt en dat de strikte toepassing van de dagloonregels tot een onevenredige uitkomst leidde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het wegvallen van storingsdiensten geen onbetaald verlof was, omdat geen overeenkomst of consensus bestond tussen werkgever en werknemer hierover. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het historisch dagloon bepalend is voor het welvaartsniveau. Het ontbreken van de toeslag door coronamaatregelen maakt het besluit niet onredelijk bezwarend.
Appellants beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt, ook omdat zijn duurzame volledige arbeidsongeschiktheid niet leidt tot afwijking van het algemeen verbindend voorschrift. De Raad bevestigt de vaststelling van het dagloon op € 97,80 en wijst het hoger beroep af, zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het dagloon van € 97,80 voor de WIA-uitkering blijft gehandhaafd.