ECLI:NL:CRVB:2025:1582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WIA-dagloon ondanks verschil met maximumdagloon
Appellant betwistte dat het UWV zijn WIA-dagloon per 10 mei 2022 terecht had vastgesteld op € 225,95 in plaats van het maximumdagloon van € 228,76. Hij stelde dat de toepassing van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen leidde tot een ongerechtvaardigd verschil in behandeling tussen WW- en WIA-gerechtigden en dat dit een onevenredige uitkomst opleverde.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na behandeling van het hoger beroep. De Raad oordeelt dat er geen sprake is van discriminatie op grond van handicap, omdat de systematiek voor dagloonvaststelling in WW en WIA gelijk is, maar het refertejaar verschilt vanwege het moment van intreden van het verzekerde risico.
Verder is het verschil tussen het vastgestelde dagloon en het maximumdagloon (€ 2,81) te gering om te spreken van een onredelijk bezwarend besluit. De persoonlijke situatie van appellant, waaronder zijn volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en het daarmee samenhangende inkomensverlies, vormt geen bijzondere omstandigheid die afwijking van het Dagloonbesluit rechtvaardigt. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het dagloon van € 225,95 wordt bevestigd.