Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
. [5]
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van de aanvullende beurs over 2023, waarbij het peiljaar voor het inkomen van de ouders aanvankelijk 2021 was. Na bezwaar werd het peiljaar verlegd naar 2022 en werd de beurs opnieuw berekend. Het bestreden besluit van 15 februari 2023 verklaarde het bezwaar ongegrond, maar bevatte een verkeerde berekeningstabel.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege deze gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant reeds was geïnformeerd over de juiste berekening. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand hield, onvoldoende op alle beroepsgronden was ingegaan, geen proceskostenvergoeding toekende en onterecht geen schadevergoeding gaf wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn klachten, dat de rechtbank de kern van de gronden adequaat had besproken en dat geen proceskostenvergoeding of schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toekomt. De redelijke termijn was niet overschreden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vernietiging van het bestreden besluit wordt bevestigd, waarbij de rechtsgevolgen in stand blijven.