ECLI:NL:CRVB:2014:1253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toekenning proceskosten hoger beroep bij bijstandsverlaging
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluit van 21 oktober 2011 de bijstand van appellant met 30% verlaagd voor de duur van één maand. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €437.
Appellant is in hoger beroep gegaan tegen de hoogte van deze proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat onder het begrip 'beroepschrift' ook een aanvullend beroepschrift van een beroepsmatig rechtsbijstandverlener valt, waardoor de rechtbank ten onrechte niet alle kosten heeft vergoed. De Raad stelt de proceskosten vast op €974.
De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep tot een bedrag van €487 en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €115. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 15 april 2014.
Uitkomst: De proceskostenvergoeding wordt verhoogd tot €974 en het college wordt veroordeeld tot betaling van €487 aan proceskosten en €115 griffierecht.