ECLI:NL:CRVB:2025:130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding na intrekking loonsanctie zonder vergoeding interne kosten directeur en financieel adviseur
Appellante kreeg aanvankelijk een loonsanctie opgelegd door het UWV, die later werd ingetrokken. Vervolgens verzocht zij om schadevergoeding voor gemaakte kosten, waaronder uren van haar directeur en financieel adviseur.
Het UWV kende een schadevergoeding van € 62.769,18 toe, maar weigerde vergoeding van de interne uren van directeur en financieel adviseur omdat deze werkzaamheden tot de normale bedrijfsvoering behoren. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden van directeur en financieel adviseur niet van zodanige omvang waren dat deze buiten de normale bedrijfsvoering vielen. Ook verwees de Raad naar jurisprudentie waarin is bepaald dat reguliere werkzaamheden binnen het dienstverband niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Het beroep op schadebeperking op grond van artikel 6:96 BW Pro werd eveneens verworpen omdat onvoldoende onderbouwd was dat de kosten de normale bedrijfsvoering overstegen. De Raad bevestigde de toekenning van de schadevergoeding exclusief de interne uren en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht geen vergoeding toekent voor interne uren van directeur en financieel adviseur en wijst het hoger beroep af.