ECLI:NL:CRVB:2025:1272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- A. Hoogenboom
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen en weigering overbruggingsuitkering wegens niet-verzekerde jaren en onevenredig zware last
Appellant, geboren in 1955, heeft sinds 1980 buiten Nederland gewoond en gewerkt, waaronder als zeevarende, en werd geconfronteerd met een AOW-gat door verhoging van de AOW-leeftijd. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem vanaf 14 juli 2022 een AOW-pensioen toe met een korting van 82% vanwege 41 jaren waarin hij niet verzekerd was voor de AOW.
Appellant maakte bezwaar tegen de aanvangsleeftijd van de verzekering en de korting, en vorderde een overbruggingsuitkering wegens een onevenredig zware last. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanaf zijn 15e AOW-premies betaalde en dat hij als zeevarende verzekerd had moeten zijn, en stelde dat de financiële situatie van hem en zijn echtgenote zwaar was.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor verzekerde jaren in de periode 1980-1993, mede doordat hij niet meewerkte aan het onderzoek van de Svb. De verhoging van de aanvangs- en pensioengerechtigde leeftijd is een proportionele inmenging in eigendomsrechten en leidt niet tot een schending van het EVRM. De weigering van een overbruggingsuitkering is terecht omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden en onvoldoende financiële gegevens aanleverde. Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand met een AOW-korting van 82% en weigering van overbruggingsuitkering.