ECLI:NL:CRVB:2025:1155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- W.F. Claessens
- C.F.E. van Olden-Smit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde handel in voertuigen
Appellant en zijn partner ontvingen bijstand vanaf 2008. Naar aanleiding van een signaal van de RDW over circa 200 kentekens op hun naam, startte de gemeente Amsterdam een onderzoek naar hun rechtmatigheid van bijstand. Dit onderzoek bracht onder meer aan het licht dat zij honderden voertuigen verhandelden, vele advertenties plaatsten en aanzienlijke kasstortingen en bijschrijvingen op onbekende bankrekeningen hadden.
Het college trok de bijstand in over diverse periodes tussen 2010 en 2020 en vorderde ruim €175.000 terug wegens niet nagekomen inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij nauwelijks verdiende met de handel, dat het college onvoldoende onderzoek deed naar giften, en dat de terugvordering onevenredig hoog was gezien zijn leeftijd en gezondheid.
De Raad oordeelde dat appellant geen deugdelijke administratie had overgelegd en dat het college het recht op bijstand niet kon vaststellen door de schending van de inlichtingenplicht. Het onderzoek was zorgvuldig en het college hoefde niet nader te onderzoeken of bijschrijvingen giften waren. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien; de hoge terugvordering was het gevolg van de lange duur van de schending. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet nagekomen inlichtingenplicht worden bevestigd.