Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was in oktober 2016 werkzaam bij een werkgever die eigenrisicodrager was voor de Ziektewet (ZW). Zij meldde zich ziek en haar dienstverband eindigde op 11 oktober 2016. Pas in oktober 2021 vroeg zij een ZW-uitkering aan met terugwerkende kracht vanaf oktober 2016. Het UWV stelde de aanvraag buiten behandeling wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn en het ontbreken van medische gegevens die arbeidsongeschiktheid aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat financiële aanspraken na vijf jaar niet afdwingbaar zijn en dat appellante onvoldoende medische informatie had overlegd om haar arbeidsongeschiktheid te bewijzen. Appellante voerde aan dat zij zich direct ziek had gemeld en dat de eigenrisicodrager verantwoordelijk was voor de afhandeling, maar dit werd niet gevolgd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad benadrukte dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager ligt en dat het ontbreken van medische gegevens ertoe leidt dat de aanvraag niet in behandeling kan worden genomen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om de ZW-aanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.