ECLI:NL:CRVB:2024:459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Tozo-aanvraag wegens hogere Wajong-uitkering dan bijstandsnorm
In deze zaak gaat het om het hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Appellant ontvangt een Wajong-uitkering die hoger is dan de voor hem geldende bijstandsnorm. Het college heeft de Tozo-aanvraag afgewezen omdat de Wajong-uitkering als inkomen wordt meegeteld en hoger is dan de bijstandsnorm.
Appellant stelde dat zakelijke kosten van zijn onderneming in mindering hadden moeten worden gebracht op de Wajong-uitkering, maar de Raad volgt dit niet. Volgens de geldende wet- en regelgeving en eerdere jurisprudentie kunnen zakelijke kosten alleen in mindering worden gebracht op inkomsten uit ondernemingsresultaten, niet op sociale verzekeringsuitkeringen zoals de Wajong.
Verder is het college bevoegd om onderzoek te doen naar de juistheid van de verstrekte gegevens en mocht het college de aanvraag afwijzen zonder eerst Tozo-bijstand toe te kennen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het UWV geen bevoegdheid heeft omtrent Tozo-bijstand en de uitlatingen van het UWV niet aan het college kunnen worden toegerekend.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant en verklaart het hoger beroep ongegrond. De afwijzing van de aanvraag blijft in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de Tozo-aanvraag wordt bevestigd omdat de Wajong-uitkering hoger is dan de bijstandsnorm en zakelijke kosten niet in mindering kunnen worden gebracht.