ECLI:NL:CRVB:2024:2253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Tozo vanwege arbeidsongeschiktheidsuitkering boven bijstandsnorm
Appellant, een zelfstandige ondernemer, vroeg algemene bijstand aan op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). Het college wees de aanvraag af omdat appellant een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving die hoger was dan de voor hem geldende bijstandsnorm voor gehuwden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en stelde dat de uitkering als inkomen moet worden meegeteld bij de Tozo.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering onderdeel uitmaakt van zijn fiscale winst uit onderneming, die negatief was, en dat hij twijfels had over de onpartijdigheid van de adviescommissie. De Raad overwoog dat de Tozo aansluit bij de Participatiewet en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004, waarbij alleen positief inkomen uit de onderneming relevant is voor bijstand. De Raad vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid en verwierp het beroep.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt dat bijstand op grond van de Tozo alleen wordt verleend als het inkomen uit andere bronnen niet hoger is dan de bijstandsnorm.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om Tozo-bijstand wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheidsuitkering hoger is dan de bijstandsnorm.