ECLI:NL:CRVB:2024:1572
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering die het UWV per 5 februari 2020 beëindigde op grond van een gewijzigde medische en arbeidskundige beoordeling. Appellante stelde dat zij vanwege haar medische beperkingen niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat het UWV het gewijzigde toetsingskader correct heeft toegepast en dat de medische beoordeling zorgvuldig en juist is uitgevoerd. De toegenomen beperkingen van appellante leidden niet tot het vervallen van de geschiktheid voor ten minste drie functies, waarmee de arbeidsgeschiktheid van 65% werd gehandhaafd.
Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De procedure duurde ruim vier jaar en zes maanden, waarbij de overschrijding vooral in de rechterlijke fase lag. De Staat werd veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding en proceskosten van €437,50. Het hoger beroep werd afgewezen, waardoor de beëindiging van de uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 5 februari 2020 wordt bevestigd en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.