ECLI:NL:CRVB:2024:1003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidie en terugvordering voorschot op grond van NOW-1 regeling
Appellante, een uitzend- en detacheringsbureau, vroeg subsidie aan onder de NOW-1 regeling voor de periode april tot en met juni 2020. De minister stelde de subsidie definitief vast op €19.243,-, lager dan het eerder toegekende voorschot van €295.947,-, en vorderde €276.704,- terug wegens een lagere loonsom in de subsidieperiode ten opzichte van de referentiemaand januari 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de loonaangiften op de vastgestelde peildata, waarbij latere correcties niet in aanmerking konden worden genomen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de strikte peildata niet passen bij haar verloningswijze, waarbij correcties tot twintig maanden na de peildata plaatsvinden.
De Raad overwoog dat de minister bewust heeft gekozen voor vaste peildata om fraude te voorkomen en de uitvoerbaarheid te waarborgen. Afwijken van deze peildata is niet gerechtvaardigd, ook niet vanwege de bedrijfsvoering van appellante. Het belang van de minister bij strikte toepassing weegt zwaarder dan het belang van appellante. De terugvordering van het voorschot is eveneens gerechtvaardigd, waarbij de minister coulance betracht bij invordering.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de lagere subsidievaststelling van €19.243,- en de terugvordering van €276.704,- aan voorschot.