ECLI:NL:CRVB:2023:2031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing NOW-3 subsidie wegens ontbreken loonaangifte op peildatum bevestigd
Appellant, ondernemer onder twee handelsnamen, diende op 8 maart 2021 een aanvraag in voor de NOW-3 subsidie (vierde tranche) voor januari tot en met maart 2021. De minister wees de aanvraag af omdat op de peildatum 26 augustus 2020 geen loonaangifte was gedaan over juni 2020, de referentiemaand voor de subsidie. Appellant stelde dat de loonaangifte later, in oktober 2020, alsnog was ingediend en dat dit niet werd meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de regeling geen afwijking van de peildatum toestaat en dat de late aangifte voor rekening van appellant kwam. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de minister bij de regeling bewust een peildatum hanteert om fraude te voorkomen en duidelijkheid te bieden. Hoewel de regeling nadelig kan uitpakken, is er geen strijd met het evenredigheidsbeginsel of andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Raad wijst erop dat de NOW-regeling een noodmaatregel is met een generiek karakter en dat de minister ruime beleidsvrijheid heeft bij de regeling. De exceptieve toetsing leidt niet tot buiten toepassing laten van de peildatumbepaling. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor de NOW-3 subsidie wordt afgewezen omdat op de peildatum geen loonaangifte was gedaan en dit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.