ECLI:NL:CRVB:2023:401
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-uitkeringsbesluit wegens onjuiste functionele mogelijkhedenlijst en ongeschikte functies
Appellant, die sinds 2017 arbeidsongeschikt is, betwistte de hoogte van zijn WIA-uitkering. De UWV had op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek een mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld en functies geselecteerd die appellant zou kunnen verrichten. Appellant stelde dat de FML onjuist was, met name omdat hij vanwege zijn hoortoestellen geen gehoorbescherming kan dragen, wat essentieel is voor de geselecteerde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat de FML onjuist was omdat deze niet rekening hield met het feit dat appellant geen gehoorbescherming kan dragen in combinatie met zijn hoortoestellen. Hierdoor zijn de geselecteerde functies niet geschikt voor appellant.
De Raad verwierp andere bezwaren van appellant, zoals het ontbreken van een beoordeling door een geregistreerd verzekeringsarts in de primaire fase en het verzoek tot voeging van procedures. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de juiste beperkingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen rekening houdend met het onmogelijke gebruik van gehoorbescherming.