ECLI:NL:CRVB:2023:284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzekering Wet langdurige zorg afgewezen wegens ontbreken duurzame band ingezetene Nederland
Appellant, woonachtig sinds 2006 in China, verzocht in augustus 2020 om vaststelling van zijn verzekering voor de Wet langdurige zorg (Wlz). De Sociale verzekeringsbank (Svb) oordeelde dat appellant niet in Nederland woont en daarom niet verzekerd is. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant zich in 2006 uitschreef uit de Basisregistratie Personen (BRP) en sindsdien in China woont met een partner.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij een duurzame persoonlijke band met Nederland heeft, onder meer door frequente bezoeken, lidmaatschappen, een onderneming in Nederland en belastingplicht. De Raad overwoog dat hoewel de binding met Nederland groot is, de omstandigheden onvoldoende zijn om een duurzame band van persoonlijke aard aan te nemen. Appellant woont het grootste deel van het jaar in China, onderhoudt daar zijn sociale en zakelijke contacten en is sinds 2006 uitgeschreven uit de BRP.
De Raad bevestigde dat appellant vanaf 1 juni 2020 niet als ingezetene voor de Wlz verzekerd is. De betaling van premies aan de Belastingdienst leidt niet automatisch tot verzekering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant is vanaf 1 juni 2020 niet als ingezetene van Nederland verzekerd voor de Wet langdurige zorg.