Uitspraak
18.4513 WIA
OVERWEGINGEN
.Verder is in beginsel een vergoeding van immateriële schade gepast van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan, waarmee de redelijke termijn in de procedure als geheel is overschreden.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als tuinbouwmedewerker, raakte arbeidsongeschikt na een auto-ongeluk in februari 2015. Na diverse uitkeringen en medische beoordelingen vroeg zij op 6 maart 2017 een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Zowel bij bezwaar als in eerste aanleg werd dit besluit bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische klachten ernstiger waren dan vastgesteld en dat zij daardoor meer beperkt was. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat de belastbaarheid op de datum in geding (17 juni 2017) juist was vastgesteld volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst van 19 april 2017.
De Raad volgde het deskundigenrapport en verwierp het verzoek om een tweede deskundige. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Daarnaast werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, die in totaal vijf jaar en negen maanden duurde. De vergoeding van € 2.000,- werd verdeeld tussen het UWV en de Staat, en beide werden ook veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.