Uitspraak
21 2454 WW, 21/2455 WW
PROCESVERLOOP
mr. W.P.F. Oosterbos.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een WW-uitkering die ten onrechte op zijn leefgeldrekening werd gestort in plaats van op zijn beheerrekening. Hij verzocht het UWV om correctie, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de betaling niet onrechtmatig was en het bezwaar te laat werd ingediend.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wees een herhaald verzoek af wegens gebrek aan nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het bezwaar wel tijdig was verzonden en dat het tweede verzoek niet had mogen worden afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bezwaar tijdig is gepost en dat de herhaalde aanvraag terecht is afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Er is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden en het bezwaar tegen de eerste afwijzing is niet inhoudelijk behandeld omdat het te laat was ingediend.
De Raad bevestigt de uitspraken van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd.