Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en startten op 12 maart 2019 als zelfstandig ondernemer door een slagerij over te nemen. Zij meldden dit op 13 maart 2019 aan een werkconsulent van Stroomopwaarts, de uitvoerende instantie voor het college.
Het college legde een boete op wegens vermeende schending van de inlichtingenverplichting, omdat de melding niet bij de inkomensconsulent van de afdeling inkomen was gedaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de melding aan de werkconsulent voldoende is, omdat deze behoort tot de afdeling die de Participatiewet uitvoert. Het college had intern moeten zorgen dat de informatie bij de juiste persoon terechtkwam. Daarom was het opleggen van de boete onterecht.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het boetebesluit, herroept het boetebesluit en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. De boete wordt daarmee definitief ingetrokken.