Uitspraak
21.3524 WAJONG
OVERWEGINGEN
BESLISSING
is gelaten en voor zover het betreft de schadevergoeding vanwege overschrijding van de
redelijke termijn;
hoogte van de boete is gehandhaafd op een bedrag van € 3.162,99;
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 2008 een Wajong-uitkering. Vanaf oktober 2017 werkte hij bij een bedrijf zonder dit te melden aan het UWV, waardoor ten onrechte te veel uitkering werd ontvangen en teruggevorderd. Het UWV legde een bestuurlijke boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een beperkte schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, mede door de coronapandemie. In hoger beroep betoogde appellant dat de boete onterecht was vanwege verminderde verwijtbaarheid door stressvolle omstandigheden en dat de redelijke termijn onterecht was verlengd.
De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenplicht terecht was vastgesteld en dat verminderde verwijtbaarheid niet aannemelijk was. De boete was evenredig, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd deze met 10% verminderd. De schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd verhoogd naar €1.000,-. De boete werd vastgesteld op €2.846,69 en de proceskosten werden aan appellant toegekend.
Uitkomst: Boete verminderd met 10% tot €2.846,69 en schadevergoeding van €1.000,- toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.