ECLI:NL:CRVB:2022:2826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar WIA-uitkering wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Betrokkene maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij recht heeft op een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 4 september 2020. Het bezwaar werd echter na de wettelijke termijn van zes weken ingediend. Betrokkene voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan zijn medische toestand en stressvolle omstandigheden.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn en stelde dat er geen medische redenen waren die het te laat indienen konden rechtvaardigen. De rechtbank Gelderland oordeelde aanvankelijk dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, mede op basis van recente jurisprudentie en medische verklaringen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep echter dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. De Raad stelt dat betrokkene zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening en dat hij, indien hij hiertoe niet in staat was, anderen had kunnen inschakelen. De medische verklaringen bieden onvoldoende grond voor verschoonbaarheid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk blijft.