ECLI:NL:CRVB:2022:2573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters Centrale Raad van Beroep
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de Centrale Raad van Beroep die hun hoger beroep behandelden tegen uitspraken van de rechtbank Limburg. Het verzoek werd ingediend nadat verzoekers waren geïnformeerd over de rechters die de zaak zouden behandelen.
De wrakingsgronden betroffen vermeende vooringenomenheid van een van de rechters vanwege eerdere betrokkenheid bij een procedure, het niet houden van toezicht op termijnen door de Raad, en het niet vooraf toezeggen dat het college bepaalde bedragen niet zou verrekenen. Twee van de drie gronden werden niet inhoudelijk beoordeeld omdat het verzoek niet tijdig was ingediend na bekendwording van de feiten.
De derde grond werd inhoudelijk beoordeeld en verworpen, omdat het wrakingsinstituut niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen procedurele of inhoudelijke beslissingen van rechters. Er was geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De Raad wees het verzoek om wraking af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechters wordt afgewezen wegens te late indiening en gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.