Uitspraak
21.3740 AKW , 22/62 AKW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 18 september 2020 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene had kinderbijslag aangevraagd voor zijn kinderen nadat hij na bijna tien jaar in Marokko terugkeerde naar Nederland. De Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat betrokkene op de peildata niet in Nederland woonde of werkte. De rechtbank oordeelde dat betrokkene wel recht had op kinderbijslag omdat hij een duurzame persoonlijke band met Nederland had, ondanks het langdurige verblijf in Marokko.
In hoger beroep stelt de Raad dat betrokkene tijdens zijn verblijf in Marokko zijn ingezetenschap in Nederland had verloren. De Raad overweegt dat het wettelijk begrip ingezetene afhankelijk is van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland, waarbij factoren als woonruimte, maatschappelijke participatie en duur van verblijf worden meegewogen.
De Raad concludeert dat betrokkene op de peildata slechts kort in Nederland verbleef, geen duurzame woonruimte had en niet maatschappelijk actief was. De inschrijving in het bevolkingsregister en het afsluiten van een zorgverzekering zijn onvoldoende om ingezetenschap aan te nemen. Daarom was betrokkene niet verzekerd op grond van de AKW en heeft hij geen recht op kinderbijslag over de periode in geding.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene op de peildata niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt.