Uitspraak
20.2359 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 1.518,-;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene keerde in 2017 terug naar Nederland na verblijf in Israël en vroeg meerdere keren bijstand aan. Bij de derde aanvraag verstrekte zij bankafschriften van haar Israëlische rekeningen, inclusief een verklaring dat stortingen van haar zoon afkomstig waren. Het college kende bijstand toe zonder deze stortingen in mindering te brengen.
Later startte het college een onderzoek en besloot de bijstand te herzien en terug te vorderen wegens vermeende schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de stortingen bestemd waren voor het aflossen van een lening en niet als inkomen konden worden aangemerkt.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de stortingen wel inkomen zijn, maar dat betrokkene haar inlichtingenverplichting niet heeft geschonden omdat het college haar een onjuiste voorstelling gaf over de reikwijdte daarvan. Het college was daarom niet bevoegd tot herziening of boeteoplegging. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college de bijstand niet mocht herzien en de boete niet mocht opleggen wegens geen schending van de inlichtingenverplichting.