ECLI:NL:CRVB:2022:1848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten
Appellant ontving bijstand van december 2004 tot januari 2018. Na een rechtmatigheidsonderzoek bleek dat appellant regelmatig gokte in casino’s en online, zonder deze activiteiten te melden aan het college. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken vanaf april 2015 en teruggevorderd tot een bedrag van €43.436,29.
Appellant voerde aan dat hij niet altijd gokte tijdens casinobezoeken, dat hij openheid gaf over zijn financiën en dat hij per saldo verlies leed. De Raad oordeelde echter dat gokken gemeld moet worden vanwege mogelijke inkomsten, ongeacht of er netto winst of verlies was. Appellant schond daarmee zijn inlichtingenverplichting.
Verder kon appellant niet aantonen dat hij recht op bijstand had gehad als hij wel had gemeld. Ook werden de door appellant aangevoerde dringende redenen voor kwijtschelding van de terugvordering niet aannemelijk gemaakt. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Limburg en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.