ECLI:NL:CRVB:2022:1702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn overschreden bij AOW-besluit, bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
Appellant, geboren in 1946, heeft in oktober 2011 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en op 16 december 2011 een ouderdomspensioen aangevraagd. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem bij besluit van 18 januari 2012 een AOW-pensioen toe met een toeslag voor zijn partner, die aanvankelijk met 10% werd verlaagd vanwege onbekend gezinsinkomen. Later werd deze verlaging teruggedraaid na opgave van het inkomen.
Vanwege detentie werd het AOW-pensioen van appellant tijdelijk beëindigd, maar per 19 juli 2019 weer toegekend. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 8 november 2019, maar verzocht ook om herziening van het besluit van 18 januari 2012, wat werd afgewezen. Pas in december 2020 maakte appellant bezwaar tegen het besluit van 18 januari 2012, wat door de Svb niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant het besluit van 18 januari 2012 aannemelijk had ontvangen en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. In hoger beroep voerde appellant aan het besluit nooit te hebben ontvangen en dat de Svb moest aantonen dat het besluit daadwerkelijk was verzonden. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan volstond met aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres en dat er een contra-indicatie bestond die aannemelijk maakte dat appellant het besluit had ontvangen, onder meer omdat hij in maart 2012 een AIO-aanvulling aanvroeg en telefonisch contact had over het ouderdomspensioen.
De Raad bevestigde dat het bezwaar niet tijdig was ingediend en niet verschoonbaar was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het AOW-besluit van 18 januari 2012 is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.